Zonneterp
English
water
   
 

Wederkerigheid van inrichting en bebouwing

Het kringloopcomplex is gebaseerd op een wederkerigheid tussen ‘inrichting’ en ‘bebouwing’. De bebouwing kan daarbij uit woningen en/of bedrijven bestaan. Zolang de bebouwing qua ontwerp en gebruik maar geschikt is voor Zeer Lage Temperatuur Verwarming (ZLTV). De inrichting betreft het geheel van technische voorzieningen dat de warmtewinning, warmteopslag en kringloopsluiting realiseert. Deze technische voorzieningen bevinden zich in de kas (warmtewisselaars), in de ondergrond (aquifer) en in de overige bebouwing (installaties, bedrijfsruimtes en woningen).

De bebouwing is dienstbaar aan de inrichting en de inrichting aan de bebouwing

De wederkerigheid bestaat eruit dat de bebouwing dienstbaar is aan de inrichting en de inrichting aan de bebouwing. De inrichting levert de nutsvoorzieningen. Terwijl de bebouwing afnemer is (de nutsvoorzieningen nuttig maakt) én leverancier is van stoffen waarmee het kringloopcomplex wordt gevoed.

Voor een reële kringloopsluiting zijn inrichting en bebouwing voor elkaar bestemd. Ze onderhouden een wederkerige relatie, en zijn qua werking en dimensionering op elkaar afgestemd.

Het is ook denkbaar dat bepaalde elementen uit het kringloopcomplex worden gehaald. Bijvoorbeeld: vergisting en elektriciteitsproductie. In dat geval zijn inrichting en bebouwing niet specifiek voor elkaar bestemd. De vergister haalt zijn biomassa ergens anders vandaan. En levert zijn elektriciteit aan het net. Hoewel de kringloopsluiting dan niet reëel is, kan in abstracto natuurlijk best van een kringloop gesproken worden. Alhoewel deze over de grenzen van één planbare eenheid heen gaat.